Netwerk
Alternatieven
Dwang en
Afzondering

“Wanneer dwang nodig is, voelt dat als verliezen”
Pieter (33) werkt als psychiatrisch verpleegkundige in een psychiatrisch ziekenhuis in Vlaanderen. Hij begon er na zijn studies op een afdeling voor ouderen, na drie jaar schakelde hij over naar de High and Intensive Care afdeling (HIC). Vandaag werkt hij op de dagkliniek voor mensen met een stemmingsproblematiek. Liefst was hij op de HIC-afdeling blijven werken, maar met twee zeer jonge kinderen was het niet haalbaar om in ploegendienst te blijven werken.
Hij vertelt waarom hij koos voor het beroep van psychiatrisch verpleegkundige en licht toe hoe hij kijkt naar de toepassing van dwang en de preventie ervan binnen het ziekenhuis. Met zijn getuigenis hoopt hij een steentje bij te dragen aan het verzachten van het wij-zij-denken binnen de psychiatrische zorg.
Waarom ik voor de psychiatrie koos
Mijn moeder is verpleegkundige, dus het lag voor mij enigszins voor de hand om ook in de zorg te gaan werken. Tijdens mijn tweede opleidingsjaar liep ik een kennismakingsstage in de psychiatrie. Wat mij daar meteen aansprak, was de warme manier waarop men met mensen omging. Ook tijdens teamvergaderingen werd er uitgebreid stilgestaan bij de persoon achter de patiënt: wat iemand nodig had, wat er speelde en hoe we die persoon zo goed mogelijk konden helpen.
Dat voelde voor mij anders dan werken in een algemeen ziekenhuis. Ik merkte dat ik mensen graag op die manier wilde begeleiden. Daarom koos ik vrij snel voor de richting psychiatrische verpleegkunde. Tijdens onze opleiding werd er onder meer stilgestaan bij de zwarte bladzijden in de geschiedenis van de psychiatrie, zoals de toepassing van lobotomie. Er was ook aandacht voor de toepassing van dwang. Het was een thema dat me toen al boeide. Daarom koos ik er ook voor mijn eindwerk te maken over agressie in de geestelijke gezondheidszorg.
Dwang moet echt het allerlaatste redmiddel zijn
Als jonge verpleegkundige begon ik misschien wat naïef aan mijn carrière. Ik dacht: ik zal er op de werkvloer voor zorgen dat dwang amper wordt toegepast. Natuurlijk kwam ik er snel achter dat je niet alles zelf in de hand hebt. Toch ben ik die oorspronkelijke doelstelling nooit vergeten.
Afzondering en zeker fixatie moeten altijd het allerlaatste redmiddel zijn. Vanaf het begin van een escalatie proberen we afzondering te voorkomen en fixatie al helemaal te vermijden. Wanneer het toch zover komt, betekent het dat we de veiligheid niet meer op een andere manier konden garanderen. Wanneer dat gebeurt, voelt dat voor mij altijd als een verlies.
Preventie begint wanneer alles rustig is
Bij de preventie van agressie en dwang werken we onder meer met het crisisontwikkelingsmodel. Dat model beschrijft hoe spanning zich in verschillende fasen kan opbouwen. Bij iedere fase horen andere manieren om als hulpverlener te reageren.
De fase waarin een patiënt rustig is en er nog geen zichtbare spanning bestaat, wordt soms onderschat. Toch is dat een van de belangrijkste momenten. Het is de periode waarin je iemand moet leren kennen. Je ontdekt hoe iemand zich gewoonlijk gedraagt, wat rust geeft, wat moeilijk is en welke signalen erop kunnen wijzen dat de spanning stijgt.
Een patiënt die voortdurend door de gang wandelt, kan gespannen zijn. Maar het kan ook gewoon iemand zijn die graag beweegt en voor wie rondlopen normaal gedrag is. Misschien trekt een persoon zich juist terug op de kamer wanneer de spanning stijgt.
De signalen verschillen dus van mens tot mens. Alleen door aanwezig te zijn en een relatie op te bouwen, leer je die signalen herkennen.
Mensen moeten zich gezien voelen
Wanneer de spanning begint te stijgen, is het belangrijk om dat tijdig op te merken en te benoemen. Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: “Ik zie dat je veel aan het rondlopen bent. Is er iets aan de hand?” Alleen het feit dat iemand merkt dat je hem gezien hebt, kan al de-escalerend werken.
Als verpleegkundige moet je daarbij ook naar jezelf kijken. Je moet je bewust zijn van je eigen spanning. Wanneer je zelf gejaagd, angstig of geïrriteerd bent, straal je dat uit. De patiënt merkt dat, zeker in een crisissituatie. Daarom is het zo belangrijk om rustig te blijven, tijd te nemen en niet te proberen de situatie snel te forceren.
Verder is het belangrijk altijd opties te blijven aanbieden. Misschien wil iemand even apart praten, naar de eigen kamer gaan, een wandeling maken of vrijwillig naar een comfortroom gaan. Door mogelijkheden te geven, behoudt de patiënt een vorm van regie. We zoeken dan samen naar een uitweg uit de spanning, in plaats van tegenover elkaar te komen staan.
Ook op het laatste moment blijft samenwerking mogelijk
Zelfs wanneer een situatie al ver geëscaleerd is, kun je soms nog contact maken. Ik heb meegemaakt dat iemand met gebalde vuisten tegenover mij stond en klaar leek om te vechten. Op zo’n moment zeg ik soms heel eenvoudig: “Ik ben hier als verpleegkundige. Ik ben hier om je te helpen, niet om met je te vechten.” Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar iemand moet het op zo’n moment soms letterlijk horen. Door opnieuw duidelijk te maken wat je rol is, kun je soms een opening creëren.
Ook wanneer het team al denkt aan afzondering, proberen we de mogelijkheid tot samenwerking zo lang mogelijk open te houden. Vroeger was het soms zo dat, zodra iemand besliste dat een patiënt naar de afzonderingskamer moest, die beslissing vrijwel niet meer kon worden teruggedraaid.
Vandaag proberen we flexibeler te blijven. Wanneer de patiënt opnieuw begint mee te werken, kan die soms alsnog naar de eigen kamer of naar een comfortroom. We kunnen dan duidelijk zeggen: “Als je nu met ons kunt samenwerken, kunnen we dit nog vermijden.” Zolang samenwerking mogelijk is, blijven we die kans bieden.
Nabijheid op de afdeling creëert rust
Op een intensieve psychiatrische afdeling ben je eigenlijk de hele tijd spanning aan het observeren. Dat kun je alleen doen wanneer je tussen de patiënten aanwezig bent en niet op de verpleegpost blijft.
Vaak zijn gewone menselijke activiteiten zeer waardevol. Een collega van mij bakte bijvoorbeeld graag met patiënten. Alleen al de geur van broodjes of cake kon rust op de afdeling brengen. Zelf speelde ik vaak gezelschapsspellen, kaartte ik of schaakte ik met patiënten in de gemeenschappelijke leefruimte. Tijdens een schaakpartij leer ik de persoon tegenover mij beter
kennen en bouwen we een vertrouwensband op. Andere patiënten komen dan soms kijken. Dat geeft een belangrijk signaal. Wanneer mensen zien dat een hulpverlener rustig met een patiënt zit te schaken, merken ze dat de situatie veilig is. Zelfs iemand die erg verward is, kan die rust oppikken. Samen televisie kijken kan hetzelfde effect hebben.
Die gewone momenten zijn dus geen tijdverlies. Ze zijn een essentieel onderdeel van goede zorg. Ze helpen ons patiënten leren kennen, vertrouwen opbouwen en spanning vroeg herkennen.
Comfortrooms als vrijwillig alternatief
De overgang naar een High and Intensive Care-werking heeft volgens mij veel veranderd. Er kwam meer aandacht voor nabijheid en voor alternatieven voor dwang. Een van die alternatieven is de comfortroom. Een comfortroom is geen afzonderingskamer. Het is een aangenaam ingerichte ruimte waar een patiënt vrijwillig tot rust kan komen. De deur blijft open en de patiënt kan de kamer op ieder moment verlaten.
Er zijn twee comfortrooms op onze HIC-afdeling. Ze zijn ingericht met onder meer een zetel, televisie, dvd’s, aanpasbare verlichting en er is natuurlijk licht. In de ene kamer staat een verzwaringszetel, in een andere een verwarmd waterbed. Die elementen kunnen mensen helpen om lichamelijk en mentaal tot rust te komen.
Ook de afzonderingskamers zijn minder kaal dan vroeger. Op onze afdeling werd één kamer verbouwd waarin geen fixatie meer mogelijk is. Er is een verplaatsbaar bed, een ingebouwd scherm met de mogelijkheid om televisie te kijken, naar de radio te luisteren, of op de bekleding van de deur te schrijven of tekenen met krijt.
Menselijkheid stopt niet wanneer iemand gefixeerd is
Wanneer fixatie in uitzonderlijke situaties toch nodig is, begint meteen de zoektocht naar hoe we dit opnieuw kunnen afbouwen. Zodra iemand veilig gefixeerd is, is de acute onveiligheid in principe onder controle. Dan moet je opnieuw proberen tot samenwerking te komen. Steeds vaker proberen we ook bij de patiënt te blijven, wanneer die daarvoor openstaat. Fixatie mag niet automatisch betekenen dat iemand volledig alleen wordt achtergelaten.
Voor ik de kamer verlaat, controleer ik een aantal heel eenvoudige maar belangrijke zaken. Heeft de patiënt dorst? Wil hij nog iets drinken? Heeft hij een deken nodig? Ligt hij comfortabel? Heeft hij zicht op een klok? Kan hij het verpleegkundig alarm bereiken? We moeten voorkomen dat iemand niet kan aangeven dat er iets mis is.
Ook duidelijke communicatie is cruciaal. Wanneer je zegt dat je over een kwartier terugkomt, moet je er over een kwartier staan “Doe wat je zegt en zeg wat je doet” is een basisprincipe. Vertrouwen is tijdens een dwangmaatregel beschadigd of bijzonder kwetsbaar. Door voorspelbaar te handelen, kun je vertrouwen behouden of herstellen.
Na ieder incident moet herstel volgen
Na een ernstig incident is het werk niet afgelopen. Meteen daarna houden we een korte debriefing met de aanwezige hulpverleners. We bekijken of iedereen fysiek en mentaal in orde is. Daarna overleggen we met de verantwoordelijke psychiater hoe we de situatie zo snel mogelijk kunnen normaliseren. We kijken ook naar andere betrokkenen. Hebben patiënten het incident gezien? Waren er bezoekers aanwezig? Heeft iemand extra ondersteuning nodig?
Binnen de 72 uur proberen we een herstelgesprek met de patiënt te organiseren, een Post Intervention Review (PIR). Tijdens dat gesprek krijgt de patiënt de ruimte om op verhaal te komen. Wij leggen uit waarom we op bepaalde momenten beslissingen hebben genomen. Tegelijk proberen we de vertrouwensband te herstellen. Dit maakt deel uit van een traumasensitieve aanpak. Een patiënt mag niet achterblijven met het gevoel dat iets hem zomaar is aangedaan.
Incidenten worden daarnaast besproken in de werkgroep omgaan met agressie. Bij zeer ernstige gebeurtenissen kan er een uitgebreid oorzakenonderzoek volgen. Dan wordt nagegaan welke omstandigheden en beslissingen tot de escalatie hebben geleid en wat we daaruit kunnen leren.
De eerste vijf minuten zijn bepalend
De eerste vijf minuten van een opname zijn ontzettend belangrijk. Wanneer iemand op een psychiatrische afdeling aankomt, moeten we die persoon in de eerste plaats welkom heten. We laten iemand eerst zitten, bieden iets te drinken aan en geven hem de tijd om te landen. Ook familie kan op dat moment aanwezig blijven. Een warm welkom legt de basis voor een goede samenwerking.
Hetzelfde principe van die vijf minuten geldt eigenlijk aan het begin van iedere shift. Ook dan begroet je als hulpverlener de patiënten en zorg je dat je hen echt gezien hebt.
Meer personeel betekent meer mogelijkheden
Als ik één aspect van de zorg rond dwang kon veranderen, zou ik voor meer verpleegkundig personeel kiezen. Meer personeel zou ons meer mogelijkheden geven om nabij te zijn, gesprekken te voeren, spanning vroeg op te merken en dwang nog vaker te vermijden.
Zeker ‘s nachts is de bezetting beperkt. Op een afdeling met 24 bedden zijn er soms maar twee medewerkers aanwezig, al probeert men steeds vaker drie mensen in te zetten.
Het wij-zijverhaal doorbreken
Soms ontstaat een wij-zijverhaal: patiënten tegenover hulpverleners, of hulpverleners tegenover patiënten en naasten. In mijn ervaring bereiken we op dat moment het minst. We moeten kunnen samenwerken om vooruit te gaan. Een belangrijke reden waarom ik mijn ervaringen hier wilde delen, is om het perspectief van de hulpverlening te tonen zonder de ervaringen van patiënten te ontkennen of te minimaliseren.
Ik vind zeker ook dat we moeten luisteren naar getuigenissen over traumatische ervaringen met dwang. Zelfs wanneer er vandaag veel inspanningen worden gedaan, blijven die verhalen belangrijk. Ze herinneren ons eraan waarom we dwang willen voorkomen en welke impact ze op mensen kan hebben.
Hulpverleners op intensieve afdelingen werken onder hoge druk en komen soms in risicovolle situaties terecht. Je kunt dat werk alleen volhouden wanneer je er met hart en ziel staat. Tegelijk moeten we opletten voor gewenning en cynisme. Je bouwt na verloop van tijd een zekere olifantenhuid op, maar het mag je nooit helemaal koud laten. Wanneer dwang je niets meer doet, gaat er iets essentieels verloren.
Voor mij is het een voorrecht om te zorgen voor mensen die door een van de moeilijkste periodes van hun leven gaan. Wanneer we iemand door een crisis kunnen helpen, en dat kunnen doen zonder extra trauma toe te voegen, geeft dat enorm veel voldoening.




